Conny Groeneveld

Het verdrietige brein

Het verdrietige brein

De allereerste keer dat zij het verpleeghuis binnenkwam zag ze hem al zitten, in de hal, op het bankje naast de lift. Hij zwaaide naar haar en tikte met een uitnodigend gebaar op de plek naast hem. Dankbaar nam ze plaats; gespannen voor het sollicitatie gesprek kon ze wel wat afleiding gebruiken. Meteen was er contact. Zijn vriendelijke ogen, warme stem en galante houding maakte dat ze zich direct op haar gemak voelde en er ontstond een levendige conversatie. Op zijn vraag wat ze kwam doen antwoordde ze dat ze kwam solliciteren naar de functie van bejaarden helpende. Hij reageerde enthousiast en zei dat hij hoopte dat ze aangenomen zou worden; hij was hier namelijk net komen wonen en een vriendelijke zuster erbij kon geen kwaad, ze was van harte welkom.

 

Halverwege het gesprek wees hij vragend op het gat in haar spijkerbroek ter hoogte van haar knie. “Ik zal een goed woordje doen bij de directeur, voor een mooi salaris, zodat je een nieuwe broek kunt kopen”, grapte hij ad rem na haar uitleg dat scheuren in je broek tegenwoordig bij het modebeeld passen.

 

Ze werd aangenomen, zoals gehoopt, en precies 2 maanden later startte haar eerste dagdienst. Vrijwel onmiddellijk zag ze hem weer zitten, op hetzelfde plekje naast de lift. Meteen liep ze op hem af, blij een ‘bekende’ te zien op haar eerste werkdag, maar deze keer geen uitnodigende blik of warm welkom. Nee; ineengedoken, vermagerd en broos keek hij starend voor zich uit, en leek zich niet bewust van de wereld om hem heen. Geen blik van herkenning meer, geen warme vriendelijke woorden en haar vriendelijke begroeting werd slechts zwijgend ontvangst genomen. Bij navraag bleek dat zijn partner; de vrouw met wie hij bijna 60 jaar was getrouwd, recentelijk was overleden en sindsdien was hij ‘achteruit gegaan’.

 

En dat kan goed kloppen want rouw heeft effect op functioneren van ons brein. Net als bij chronische stress wordt de cortisolspiegel verhoogd, raakt het slaap- waaksysteem in war en de spijsvertering ontregeld. En omdat je frontaal werkgeheugen vol is met gedachten aan diegene die overleden is, kan je concentratie afnemen, de betekenis van woorden je ontgaan, je geheugen verminderen en zo kan er sprake zijn van (tijdelijke) cognitieve achteruitgang.

 

In je eentje rouwen is gevaarlijk; van oudsher zoeken we elkaar op bij verlies, rouw verbindt. En dat was wat ze nog voor hem kon doen; nabij zijn in zijn verdriet. In stilte naast hem zitten op het bankje bij de deur.

Brieven uit een dementerend brein (2)

Brieven uit een dementeren brein (2)

Beste onbekende bekende,

 

Het is zo vreemd maar soms kijk ik dwars door je heen. Terwijl jouw vaardige handen doelgericht zijn werk doen en jouw mond woorden vormen die mij moeten doen ‘meewerken’, zie ik slechts jouw verdriet. Gek hè, dat met het langzaam verdwijnen van mijn eigen denkvermogen, en het daardoor steeds minder begrijpen van mezelf, ik een extra antenne lijk te ontwikkelen om aan te voelen hoe het met jou gaat. Ik vaar al lang niet meer op mijn verstand, ik vaar slechts nog op mijn ziel. Mijn gevoel is mijn kompas en jij bent het magnetische Noorden. Ik dein mee op jouw gemoedsgolven en de onderstroom van jouw emoties trekt aan me als een dwarrelende draaikolk. Ik voel je dus onbekende bekende; ik voel jouw haast, ik voel je stres, ik voel je irritatie … maar daaronder voel ik toch vooral je verdriet. Zijn het de kinderen die afstand nemen nu ze ouder worden…, is het je man door wie jij je niet echt gezien voelt…?? Of ben ik het misschien?? Zie je in mijn poel van emoties misschien je eigen gevoelens gereflecteerd …? Is mijn wanhoop ook de jouwe …? Raakt mijn falen misschien aan jouw gevecht…?

 

Terwijl je dit zo leest denk je misschien dat ik naar je kan uitreiken, maar helaas; het vermogen om anderen steun en emotionele veiligheid te bieden is me ontnomen, tezamen met de teloorgang van miljoenen hersencellen. Het terugtrekken van mijn brein is als tevergeefs wachten op het wassende water. Geen getij meer in mijn bovenkamer, enkel eb; alsof de zwaartekracht van de maan zichzelf overtreft en mij meezuigt naar laagtij.

 

Maar soms, heel soms, kruipt er een stukje van mijn oude ‘ik’ terug aan land. Vanuit het niets vindt mijn moedertaal vaste voet aan de grond en zou ik je zomaar kunnen vragen: ‘Gaat het wel kind?’. En als het me zou lukken mijn hand op de jouwe te leggen, wat zou het dan mooi zou zijn als jij, zomaar alsof jij aan mij bent toevertrouwd in plaats van andersom, jouw hoofd in mijn schoot legt en zegt: “Nee, mag ik even bij je?”. Geloof me; dan zie ik jou echt…voor heel even.

Brieven uit een dementerend brein (1)

Brieven uit een dementeren brein (1)

Onbekende bekende,

 

Deze brief gaat nooit geschreven worden. Met de beste wil van de wereld gaat het mij niet meer lukken om zulke volzinnen uit mijn pen te toveren, laat staan dat ik ze tegen je zou kunnen uitspreken. Aan mijn brein ontspruiten nog slechts frasen van een onbegrepen verhaal, mijn mond spreekt een taal van wirwar woorden die ik inmiddels zelf niet meer versta. Ik zal je dus nooit kunnen uitleggen, beste onbekende bekende; hoe betekenisvol je voor me bent….of in ieder geval zou kunnen zijn.

 

Sinds dementie mijn brein is binnengeslopen is het gedaan met het ‘begrijpen’ van mijn wereld, en geloof me; dat was zonder die dementie al een uitdagende bezigheid. De orde der dingen raakt verstoord, de grip is ver te zoeken, het houvast glipt me door de vingers en de logica lacht me uit. Hoe moet ik mij nu nog geborgen weten, als namen en gezichten verdwijnen, als ik zelfs het mijne niet herken?

 

Terwijl de buitenwereld vervaagd en mijn ‘ik’ lijkt uit te doven neem ik je plots waar; jij bent er weer. Ik herken je stem, je aanraking is vertrouwd, je tempo is te volgen en zo raak ik langzaam aan je gehecht. Onbekende bekende als je eens wist wat het voor me betekent dat je me helpt herinneren wie ik ben geweest en wie ik ten diepste ben. Als ik je toch eens kon uitleggen hoe helend het is dat je mijn emotie woorden geeft, mijn angsten bij de naam noemt en mijn verdriet niet uit de weg gaat. Wat zou ik je graag vertellen hoe veilig en verlossend jouw stevigheid en ontvankelijk zijn als ik mijn boosheid op je af vuur, dat jij blijft staan en mij laat zijn wie ik nog ben.

 

Maar deze brief gaat nooit geschreven worden, want nog voor mijn pen het papier raakt zullen de woorden al vervlogen zijn. Op schrift staat het dus niet onbekende bekende, maar lees het in mijn glimlach terwijl je voorbijgaat, in mijn handkus na het douchen, in mijn boosheid terwijl je luistert en in mijn traan die je ontvangt.